Gebitsproblemen
Tandziekten komen relatief veel voor bij cavia’s. Net zoals bij andere kleine zoogdieren met continu groeiende tanden, zoals konijnen, chinchilla’s en andere knaagdieren. Uit een onderzoek in het buitenland, naar de meest voorkomende ziekten bij cavia’s, staat tandziekte met 36,3% op de eerste plek. Het komt volgens dit zelfde onderzoek iets vaker voor bij beren en bij cavia’s tussen de 2 en 5 jaar. De kans op tandziekten neemt toe bij cavia’s ouder dan 3 jaar.
Op deze pagina lees je over hoe je problemen aan het gebit herkent. Hoe een dierenarts jouw cavia met tandziekte kan helpen. En misschien wel het allerbelangrijkste: hoe je de kans op tandziekte verkleind.

Hoe herken je een cavia met gebitsproblemen?
Het meest typische kenmerk van een gebitsprobleem is niet kunnen eten. Hiervoor observeer je de cavia enige tijd: zet de cavia apart met een lekker groentesnackje en bekijk goed hoe de cavia eet. In de praktijk zien we regelmatig dat eigenaren voor de gek worden gehouden: de cavia lijkt gewoon te eten. Maar na beter en langer kijken blijkt dit toch niet zo te zijn. Wat zie je dan aan de cavia tijdens het eten wat zo typisch is voor tandproblemen? Je ziet de cavia iets oppakken, bijvoorbeeld een stukje witlof. De cavia knabbelt een beetje, maar laat het vervolgens weer vallen. Of je ziet dat de cavia eet met één kant van het bekje. Of tijdens het eten hele gekke bewegingen maken met zijn bekje. Misschien helpt het door te denken aan hoe je zelf zou eten met enorme kiespijn of een wond in jouw mond.
Door het minder goed kunnen eten krijgt jouw cavia minder voedingstoffen binnen. De cavia valt af; verliest gewicht. In het begin misschien een beetje en dan steeds meer. Vanwege deze onbedoelde wijziging in het dieet ontstaan maag-darmproblemen. En de ontlasting van de cavia gaat afwijken van het normaal.
Een ander probleem dat buiten het bekje om kan ontstaan is een abces in het kopje of rondom de kaak. Of een afwijking aan het oog. Een oog dat uitpuilt en zelfs ontstoken raakt kan een kenmerk zijn van onderliggende tandproblemen.
Zoals je leest hebben symptomen van tandziekten veel overeenkomsten met andere ziekten. Daarbij wordt het ‘niet kunnen eten’ regelmatig gemist. Hierom worden tandziekten ook wel sluipmoordenaar genoemd. Maar als je eenmaal weet waar je op moet letten, dan mis je het niet.
Symptomen in het kort: wel willen eten, maar niet kunnen eten, (sluimerende) gewichtafname, maag-darmproblemen, abces in het kopje of rondom kaak en oogproblemen.
Hoe kan de dierenarts gebitsproblemen bij een cavia vaststellen?
Een caviadierenarts doet bij iedere controle een gebitsinfectie met behulp van een otoscoop. Dit is een medisch instrument waarmee artsen normaal gesproken de binnenkant van het oor bekijken. Het is ook geschikt om het caviagebit te inspecteren op afwijkingen. De cavia hoeft hiervoor niet onder narcose. Helaas zijn niet alle gebitsafwijkingen op deze manier te zien. Voor het opsporen van problemen in de kaak of kieswortels is een röntgenfoto noodzakelijk. Ook hiervoor hoeft de cavia niet onder narcose. Het beoordelen van röntgenfoto’s op gebitsafwijkingen vraagt enige oefening. Een dierenarts met minder ervaring kan de röntgenfoto en/of de cavia eventueel doorsturen naar een meer ervaren dierenarts of een gebitsspecialist.
Wat is er te zien op de röntgenfoto?
Wat kan de dierenarts voor jouw cavia met gebitsproblemen doen?
Het is belangrijk dat iedere afwijking in het gebit wordt behandeld. Groot of klein. Dus ook een kleine zwarte verkleuring op een kies. Het type behandeling hangt samen met de mate van ziekte. Is er een kleine afwijking gevonden of is de tandziekte nog in een beginfase, dan is een antibioticakuur van 4 weken in combinatie met pijnstilling meestal voldoende. Bij verder gevorderde ziekte bestaat de behandeling uit een zwaarder antibioticum en meerdere typen pijnstilling. Daarbij kunnen de tanden en kiezen zo groeien dat de cavia niet meer normaal kan kauwen. Bijvoorbeeld omdat er haakjes op de kiezen zijn gegroeid. De dierenarts zal deze moeten afslijpen. Let wel: bij een cavia met chronische gebitsziekte keren deze haakjes vaak weer terug.
In uitzonderlijke situaties kan de dierenarts voorstellen een kieswortel te verwijderen. Dit is alleen zinvol als het gebit van de cavia met name op die ene plek slecht is. Wanneer tandziekte het gehele gebit heeft aangetast, is het een zeer risicovolle ingreep met een relatief lage kans op succes.
Behandeling: medicatie – antibioticum (doxycycline, enrofloxacine) + pijnstilling (meloxicam, tramadol), bij functionele problemen ook slijpen.
Wat kun je zelf voor jouw cavia met gebitsproblemen doen?
1. Controleer of je de juiste medicatie hebt meegekregen (een antibioticum en pijnstiller-ontstekingsremmers).
2. Geef de medicatie volgens de aanwijzingen van jouw dierenarts. Kies vaste momenten waarop je de medicatie geeft, sla geen dag over en ga door ook als het beter lijkt te gaan. Houd de afgesproken duur aan.
3. Ga op tijd terug naar de dierenarts als het niet beter of zelfs slechter wordt.
4. Door het langere gebruik van antibiotica kunnen er bijwerkingen ontstaan. Cavia’s kunnen er misselijk van worden en daardoor stoppen met eten. Merk je dat jouw cavia niet eet? Voer jouw lieverd dan bij met tarwegras of Body Build van Cavycare. Vergeet ook het vocht niet. Denk bijvoorbeeld aan stukjes komkommer of wat water dat je kan geven met een 1ml-spuitje.
5. Heb geduld en hou vol, want gebitsproblemen hebben vaak wat meer tijd nodig om goed te herstellen. Er zijn eerder maanden dan weken nodig.
– Heeft jouw cavia haakjes of andere afwijkingen in het gebit gehad die de dierenarts heeft geslepen? Ga dan regelmatig – een keer per maand – met jouw cavia op controle. Geslepen haakjes keren regelmatig terug en moeten bij terugkeren opnieuw worden verwijderd door de dierenarts.
– Laat een kies of tand niet zomaar trekken. Dit is slechts bij uitzondering nodig en meestal geen goede behandeling.





