Menu Sluiten

Afwijkend gedrag

Iedere cavia heeft zijn eigen gedrag. Er is geen cavia hetzelfde. Ook cavia’s hebben een eigen karakter. Een afwijking in het gedrag kun jij als eigenaar het allerbeste herkennen. Tenminste, als jij je cavia goed kent.

Een voorbeeld: is jouw cavia altijd nieuwsgierig en is hij ineens teruggetrokken onder de wilgenbrug? Dan is er misschien iets aan de hand. Kijk je cavia goed na, observeer deze een tijdje en ga bij twijfel naar de dierenarts.

Een ander voorbeeld: was jouw cavia vrij actief en is deze nu ineens overdreven lui? Dan heeft jouw cavia misschien een probleem aan zijn hart. Bezoek dan de dierenarts.

No screenshots please

Zorgelijke tekenen in gedrag

  • Evenwichtsstoornissen (middenoorontsteking, hartfalen)
  • Schudden met de kop (luchtweginfectie, middenoorontsteking)
  • Kop scheef houden (middenoorontsteking)
  • Moeilijk lopen of een waggelende loop (middenoorontsteking, hartfalen)
  • Poot proberen te ontlasten (gewrichtspijn)
  • Hoog op de pootjes staan (blaasproblemen)
  • Met het achterste deel van het lichaam omhoog liggen (buikpijn, gasbuik)

Zinloze herhalende bewegingen

Wanneer de cavia ernstig ziek is en bijvoorbeeld hele erge pijn heeft, dan ontgaan eigenaardigheden je meestal niet. De volgende stereotypische gedragingen zijn altijd een reden om snel een afspraak bij de dierenarts te maken. Dit zijn herhalende bewegingen die weinig zinvol lijken. Bijvoorbeeld:

  • Knikkend op- en neerwaartse beweging maken met de kop.
  • Kokhalzen met overdreven op en neer bewegen van de oren.
  • Overdreven kauwen: onnodig grote en trage bewegingen met de kaak maken tijdens het eten; het eten verloopt niet efficiënt.
  • Voer, hooi of snackjes oppakken en vervolgens laten vallen.
  • Kauwen aan oneetbare objecten, zoals zaagsel, hout, kooimateriaal en het proberen op te eten.
  • Papier of stof scheuren. Aandachtspunt voor koliekpijn.
  • Steeds de hoek in lopen of de kop tegen de hoek duwen.
  • In de bedding wroeten met de intentie zich onder te graven.

In de diergeneeskunde kan niet altijd geput worden uit grote klinische studies, waarin veel dieren zijn onderzocht. Nieuwe inzichten in diagnose en behandeling kunnen voortkomen uit: bestaande wetenschappelijke kennis, resultaten uit medisch onderzoek (proefdieronderzoek), specifiek diergeneeskundig onderzoek en ervaringen uit de dierenartspraktijk. Ook kan een methode of behandeling gebaseerd zijn op een combinatie van wetenschappelijke onderbouwde argumentatie t.a.v. een onderwerp en klinische ervaring uit de praktijk, een zogenaamde ‘expert opinion’.

Geraadpleegde bronnen
Hrapkiewicz K, Medina LV.  ‘Clinical Laboratory Animal Medicine’, Blackwell Publishing (2007).
Popesko, P et al. ‘A Colour Atlas of the Anatomy of Small Laboratory Animals , Volume I: Rabbit, the Guinea Pig’, (1992).
Richardson VCG. ‘Diseases of Domestic Guinea Pigs’, Blackwell Publishing (2000).
Suckow MA, Stevens KA, Wilson RP.  ‘The Laboratory Rabbit, Guinea Pig, Hamster and Other Rodents’, Academic Press (2012).

Je kan de inhoud van deze pagina niet kopiëren

Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.